Bob is 21, net klaar met zijn opleiding en officieel toe aan wat iedereen “het echte leven” noemt. Een fulltime job, vaste tijden, verantwoordelijkheid. Op papier klopt alles. In werkelijkheid voelt het voor hem vooral als veel tegelijk.
“Ik ben amper begonnen,” zegt hij. “En nu denk ik al: als dit het is… hoe hou ik dit nog vijftig jaar vol?”
Bob draait veertig uur per week. Niet bijzonder, niet extreem. Maar voor iemand die net uit de collegebanken komt, is die overgang fors. “Van lessen en stages naar vijf dagen achter elkaar, acht uur per dag. Geen pauzeknop. Geen tentamenweken. Nauwelijks speelruimte.”
Volgens Bob is het niet zozeer het werk dat hem sloopt, maar het patroon. “Je staat op, werkt, komt thuis, eet wat, en hup—de dag is weg. En morgen begint exact hetzelfde riedeltje.”
Hij is continu moe. “Niet alleen lichamelijk, vooral mentaal. Alsof er nergens ruimte is om echt op adem te komen.” In het weekend probeert hij bij te laden, maar dat is vaak te kort. “Op zondagavond voel ik die knoop alweer.”
Wat het extra zwaar maakt, is het idee dat dit ‘normaal’ zou zijn. “Iedereen zegt: ‘Wen er maar aan, dit is het leven.’ Dat vind ik misschien nog wel het meest deprimerend.”
Bob vraagt zich af waar de ruimte is gebleven voor leven naast je werk. “Ik wil niet alleen werken om te blijven werken. Ik wil tijd voor vrienden, voor mezelf, voor dingen die me opladen.”
Hij voelt zich schuldig dat hij dit nu al zo ervaart. “Ik ben jong, gezond, heb een baan. Dan hoor je toch niet te zeuren?” Tegelijk denkt hij: als het nu al zo zwaar voelt, wat zegt dat over de komende decennia?

Volgens Bob zijn er veel leeftijdsgenoten die dit herkennen. “We zijn opgegroeid met het idee dat alles kan. En dan kom je terecht in een strak systeem waar je bijna niet kunt schuiven.”
Hij is niet per se tegen werken, benadrukt hij. “Maar veertig uur per week tot mijn pensioen? Dat voelt voor mij niet haalbaar.”
Bob zoekt nog naar wat werkt. Misschien minder uren. Misschien een andere manier van werken. “Ik wil niet nu al aftellen tot mijn pensioen,” zegt hij. “Ik wil een leven dat ik vol kan houden.”
En misschien, zegt hij, is dat helemaal geen vreemde gedachte. “Misschien past het systeem gewoon niet meer bij hoe we nu leven.”



