Jarenlang draaide het autointerieur om steeds grotere touchscreens en strak getrimde dashboards. Fysieke knoppen? Niet nodig, dachten we. De verbrandingsmotor? Bijna klaar voor het museum. Maar dat beeld kantelt. De industrie trapt op de rem en pakt bewezen oplossingen weer op. Tastbare bediening komt terug, opvallende designtrucs verdwijnen naar de achtergrond en zelfs diesel krijgt nog respijt. Kortom: de auto-wereld kijkt opnieuw naar wat voor jou achter het stuur echt werkt.
Euro NCAP grijpt in
Het Franse Caradisiac zag de trendverschuiving vroeg aankomen, maar Euro NCAP geeft ‘m de echte duw. Wie straks nog vijf sterren wil halen, komt niet weg met alleen een glad scherm en swipegebaren. Basisfuncties – zoals ruitenwissers, richtingaanwijzers en de gevarenlichten – moeten via echte knoppen, hendels of draaiknoppen te bedienen zijn. Geen gegraaf meer in submenu’s om je mistlampen te vinden; dat leidt af en kost kostbare seconden.

Zelfs supersporters kiezen weer voor echte knoppen
Dat dit geen randverschijnsel is, laat misschien wel het bekendste merk uit Modena zien. Ferrari voorziet de elektrische Luce van duidelijke fysieke bediening op het stuur en ronde meters in het zicht. Niet uit romantiek, maar zodat je je ogen op de weg houdt. Als zelfs hyperexclusieve sportwagens de meerwaarde én veiligheid van echte knoppen bevestigen, weet je dat er breed iets verandert.
De verbrandingsmotor blijft langer meedraaien
Ook bij aandrijving schuift de koers. Stellantis blijft de diesel actief verdedigen en breidt ‘m zelfs weer uit voor particulieren. En waar sommige platformen volledig elektrisch leken te blijven, komen Renault en Geely met range-extenders op brandstof die de actieradius van EV’s oprekken. De werkelijkheid is minder zwart-wit dan de “alleen elektrisch”-koers van een paar jaar terug deed vermoeden. Fabrikanten kiezen afhankelijk van gebruik en markt een mix, in plaats van één heilige graal.
Prachtig, maar onpraktisch? Terug naar de ontwerptafel
Designbeslissingen die vooral voor het plaatje waren, leveren terrein in. Verzonken deurgrepen ogen strak en aerodynamisch, maar vormen in noodgevallen een risico: hulpdiensten komen na een crash soms lastiger bij de mechanismen. Door strengere veiligheidseisen én pittige concurrentie uit China verdwijnen die greepjes langzaam uit beeld. Esthetiek weegt niet op tegen bruikbaarheid en veiligheid, zeker nu consumenten en instanties kritischer kijken.
MPV: de oude praktische held is terug van weggeweest
We namen er afscheid van, dachten we, maar de MPV – dé praktische gezinsbak uit de jaren negentig – krijgt een revival. Merken als Citroën blazen het concept nieuw leven in: veel ruimte, lage instap, slimme zitoplossingen. Terwijl SUV’s de etalage domineren, blijkt er honger naar nuchtere functionaliteit. Heb je kids, bagage of gewoon behoefte aan comfort, dan is zo’n no-nonsense aanpak ineens weer superlogisch.
Geen hang naar vroeger, wel een bijsturing
Volgens Caradisiac is dit geen nostalgische terugkeer naar “de goede oude tijd”, maar een broodnodige correctie op jaren van meeloopgedrag. Fabrikanten jaagden massaal hetzelfde minimalistische, hightech plaatje na zonder zich af te vragen of jij er onderweg echt beter van werd. De draai van nu laat zien wat je belangrijk vindt: veiligheid, overzicht en intuïtieve bediening. Precies daarom onderstrepen ook de veiligheidsautoriteiten dat fysieke knoppen geen museumstukken zijn, maar cruciaal voor gebruiksgemak.
Wat heb jij hieraan?
De komende jaren zie je dashboards met meer balans: schermen voor navigatie en media, knoppen en wielen voor de basis. Aandrijflijnen worden diverser: volledig elektrisch waar het past, hybrides met range-extender voor extra zekerheid, en diesels voor specifieke rijprofielen. Qua design verschuift de focus van “mooi op de foto” naar “fijn in het dagelijks gebruik”. Uiteindelijk wint wat jou helpt ontspannen, veilig en zonder gedoe op je bestemming te komen.



