Fatima (31) met opvallende oproep: wees trotser op onze nationaliteit en tradities

Fatima (31) kwam hier ter wereld en groeide hier op. Ze is moslima, staat achter haar geloof, en voelt zich tegelijk gewoon Nederlands. Vanuit die plek kijkt ze met verbazing om zich heen. “Het lijkt wel alsof steeds meer Nederlanders zich ongemakkelijk voelen bij hun eigen cultuur,” zegt ze. “En eerlijk: ik snap niet waarom.”

Volgens Fatima is de openlijke trots op Nederland stap voor stap ingeruild voor voorzichtigheid. Voor excuses. Voor het idee dat je vooral niemand mag beledigen. “Dingen die we vroeger ‘typisch Nederlands’ noemden, lijken ineens problematisch,” zegt ze. “Niet omdat nieuwkomers dat eisen, maar omdat Nederlanders bang zijn onverdraagzaam gevonden te worden.”

Trots op haar achtergrond én op Nederland

Fatima groeide op tussen twee werelden die moeiteloos naast elkaar bestonden. Thuis was er ruimte voor haar geloof, familie en gebruiken, terwijl ze buiten ook gewoon Koningsdag vierde, naar de Sinterklaasintocht keek en op school over de Nederlandse geschiedenis leerde.

“Niemand heeft me ooit gevraagd mijn identiteit in te leveren,” zegt ze. “Ik dacht juist: dit is het land waar ik woon, dus dat hoort er gewoon bij.”

Wat haar nu dwarszit, is dat veel Nederlanders zelf lijken te wankelen in hun identiteit. “Dan hoor je: ‘Laat maar, straks voelt iemand zich buitengesloten.’ Maar wie is die ‘iemand’? En waarom zou je alles weghalen nog vóórdat er een probleem is?”

“Niemand is ermee geholpen als je je cultuur uitgumt”

Fatima is daar helder over: integratie lukt niet door alle scherpe randjes te verbergen. “Als je ergens nieuw bent, wil je juist weten: hoe gaan de dingen hier? Wat vieren mensen? Waar zijn ze trots op?”

Volgens haar raak je juist de weg kwijt als een land doet alsof het geen eigen tradities heeft. “Dan blijft alles vaag. Je hoort er nooit echt bij, omdat niemand durft te zeggen waar je eigenlijk bij aanhaakt.”

Ze snapt niet dat trots op Nederland zo snel wordt verward met buitensluiten. “Je kunt van je land houden zonder anderen buiten te zetten. Ik doe dat zelf ook. Ik ben moslima én Nederlander, en dat gaat prima samen.”

Bang om ‘nieuwkomers’ te kwetsen

Wat Fatima vooral ziet, is angst. Angst om verkeerd begrepen te worden. Bang om als te streng, te direct of te nationalistisch bestempeld te worden. “En intussen verdwijnt juist datgene waaraan je Nederland herkent.”

Ze noemt voorbeelden: scholen die tradities schrappen, wijken waar je op nationale feestdagen nog maar weinig terugziet, en mensen die zich haast verontschuldigen voor hun verleden. “Alsof trots voelen opeens iets om je voor te schamen is.”

Dat is volgens Fatima niet alleen zonde, maar werkt ook averechts. “Je kunt niet vragen dat mensen zich voegen naar iets wat bijna niet meer zichtbaar is.”

Voor integratie is helderheid nodig

Fatima denkt dat integratie en zelfs assimilatie beter gaan wanneer een land zelfverzekerd is. “Laat zien wie je bent. Leg uit waarom iets ertoe doet. Dat is geen aanval, dat is juist een uitnodiging.”

Ze ziet ook dat veel nieuwkomers juist behoefte hebben aan houvast. “Mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Wat normaal is. Wat je waardeert. Als het onduidelijk blijft, dán ontstaan er spanningen.”

“Zonder trots raak je als land jezelf kwijt”

Aan het einde van het gesprek klinkt Fatima vastbesloten. “Je kunt open en tolerant zijn zonder jezelf te laten verdwijnen. Soms lijkt Nederland dat even kwijt te zijn.”

Ze haalt diep adem. “Ik zie Nederlanders met genoeg om trots op te zijn, maar ze spreken het niet meer hardop uit. Dat vind ik jammer.”

“Ik kan tegelijk trots zijn op mijn geloof en op Nederland,” zegt ze. “Misschien is het tijd dat Nederlanders weer durven zeggen: dit zijn wij, en hier staan we voor.”