Herken jij dit nog – alleen wie vóór 1970 is geboren weet het meteen

In de jaren zeventig klonk op bijna elk plein, schoolplein en in de straat hetzelfde ritme: de klikklak. Een supersimpel speeltje met twee harde plastic bollen aan een koordje, dat uitgroeide tot een gigantische hype. Dat herkenbare getik, de drang om ’m zo snel mogelijk te laten gaan en de onderlinge wedstrijdjes maakten de klikklak tot een van de grootste trends van toen.

Maar hoe werkte dat ding precies, waar kwam het vandaan en hoe kon het zo snel weer uit beeld verdwijnen?

Hoe werkte de klikklak?

De klikklak — ook wel geschreven als klik-klak — bestond uit een stevig koord met aan beide uiteinden een harde plastic bal, vastgemaakt aan een klein handvat dat je tussen duim en wijsvinger klemde.

Met een snelle polsbeweging liet je de ballen om en om boven en onder je hand tegen elkaar tikken. Daar kwam dat typische “klik-klak”-geluid vandaan waar het speeltje z’n naam aan te danken heeft.

Het ging vooral om timing en vaart. Kinderen daagden elkaar uit om te bewijzen:

  • wie ’m het snelst op gang kreeg
  • wie het het langst vol kon houden
  • wie de langste reeks tikken achter elkaar haalde

Mis je de slag, dan voel je het meteen: die harde bollen ramden zo tegen je polsen of knokkels.

Een enorme rage in de jaren 70

De klikklak schoot in no-time door naar massale bekendheid. Je zag en hóórde ’m overal. Op schoolpleinen streden kids fanatiek om snelheid en strakke techniek, en probeerden ze elkaar telkens af te troeven.

De kracht zat ’m in de eenvoud: goedkoop, makkelijk te pakken, maar lastig om echt te beheersen. En door dat onmiskenbare getik wist iedereen meteen dat er weer iemand bezig was.

Zoals dat met hypes gaat, was de piek van korte duur. Na een paar maanden ebde de belangstelling sterk weg.

Nederlandse makers en oorsprong

In Nederland kwam de eerste productie op gang bij de Woerdense bedrijven Markovits en Kamer van Hollandia Plastic Industry. Ondernemer Joop Markovits spotte het speeltje in Italië en besloot het na terugkomst zelf te gaan maken.

Het maakproces liep in stappen:

  • korrels van plastic granulaat werden gesmolten
  • het gesmolten materiaal werd onder hoge druk tot ballen geperst
  • twee ballen werden met een touwtje en koppelstuk samengezet

Door het kenmerkende geluid doopte Markovits het product “klik-klaks”.

De eerste verkoop was bij firma De Kruif in Woerden, voor twee gulden per stuk. Daarna lagen klikklaks al snel overal in Nederland in de winkels.

Massaproductie en thuiswerk

De vraag schoot zo omhoog dat er op het hoogtepunt zo’n 50.000 klikklaks per dag van de band rolden. Voor het monteren werden ingeschakeld:

  • thuiswerkers uit Woerden
  • medewerkers van sociale werkplaatsen
  • gevangenen die productiewerk deden

Toen de run nog groter werd, gingen de onderdelen zelfs los in zakjes over de toonbank, zodat je je eigen klikklak thuis kon in elkaar zetten.

Kortstondig, maar onvergetelijk

Ondanks de megahit-status was de rage snel voorbij. Zoals zoveel trends uit de jaren zeventig doofde ook deze na enkele maanden uit. Toch bleef de klikklak hét symbool van die periode: een simpel stukje speelgoed dat een hele generatie bezighield.

Vandaag is het vooral pure nostalgie: je hoort dat ene geluid in je hoofd en ziet meteen weer die volle schoolpleinen waar een simpel ritme een complete trend kon ontketenen.