“In een standaard vak krijg je ’m gewoon niet kwijt”
Vorig jaar schafte Teun (45) zijn ultieme bolide aan: een gigantische Dodge Ram pickup. Hij is er apetrots op, maar zijn buren zien vooral gedoe. Het ding is zo fors dat een gewoon parkeervak simpelweg te klein is.
Volgens Teun heeft hij weinig keus. “Ik heb het echt geprobeerd, maar het gaat niet. Dan steekt hij uit of blokkeer ik de doorgang. Dus ja, ik sta soms dubbel geparkeerd.”
De buren noemen het egoïstisch; hij noemt het simpelweg noodzaak.
Droomauto of plekvreter?
Zo’n Dodge Ram is berucht om z’n formaat. In smalle woonstraten met weinig parkeergelegenheid leidt dat al snel tot ergernis.
Mensen in de buurt klagen dat er minder plekken overblijven en dat het zicht in de straat slechter wordt. Sommigen zeggen zelfs dat hulpdiensten er lastiger langs kunnen wanneer de pickup dubbel staat.
Teun snapt dat het schuurt, maar blijft bij zijn punt. “Ik betaal wegenbelasting, verzekering en al die andere kosten. Dan mag ik ’m toch ook gewoon ergens neerzetten?”

“Ze hoeven niet zo te zeuren”
Teun vindt de reacties van zijn buren zwaar overdreven. Volgens hem worden mensen in Nederland steeds minder verdraagzaam naar elkaar.
“Het is mijn auto, mijn keuze. Ik doe niemand bewust kwaad. Maar als mensen meteen gaan klagen of briefjes onder mijn ruitenwisser schuiven, vraag ik me af wie hier nu eigenlijk asociaal is.”
Die uitspraak verdeelt de buurt.
De hamvraag: wie beweegt mee?
Dit zet een bredere discussie aan over verantwoordelijkheid in de openbare ruimte. Moet iemand met een extra groot voertuig zich aanpassen? Of moet de omgeving meebewegen met veranderende mobiliteit?
Mensen aan Teuns kant vinden dat je vrij bent om te rijden wat je wilt. Tegenstanders zeggen dat die vrijheid ophoudt zodra anderen er last van krijgen.
Auto’s worden groter, de ruimte niet
Deskundigen merken op dat auto’s de laatste jaren gemiddeld zijn gegroeid, terwijl parkeerplekken in oudere wijken niet zijn meegegroeid. Daardoor botst het steeds vaker tussen automobilisten en omwonenden.
Teuns situatie staat dus niet op zichzelf, maar past in een bredere trend waarin persoonlijke mobiliteit knelt met gedeelde ruimte.
Burenruzie of principezaak?
De discussie in Teuns straat is voorlopig nog niet klaar. Waar de één een trotse bezitter van een droompickup ziet, ziet de ander een symbool van buitensporig ruimtegebruik en weinig rekening houden met anderen.
Uiteindelijk draait het om de vraag: wie heeft hier gelijk — de eigenaar die zijn vrijheid verdedigt, of de buren die hun straat leefbaar willen houden?



