Kun jij dit voorrangsraadsel oplossen? 8 op de 10 bestuurders hebben het mis

In het doolhof van verkeersregels en in de drukte op de weg kom je regelmatig situaties tegen die je scherp houden. Maar wat doe je in momenten die je zelden meemaakt? Stel: je rijdt in je auto en komt aan bij een T-splitsing. Terwijl je de situatie overziet, zie je van rechts een paard met wagen aankomen. Niet alledaags misschien, maar het kan zomaar gebeuren. Wie mag er dan als eerste door?

Is het de auto, het moderne werkpaard van de weg, of toch de paard-en-wagen, een herinnering aan vroeger die nog steeds gewoon meedoet in het verkeer? Deze vraag test niet alleen je verkeerskennis, maar ook of je snapt hoe breed die regels toegepast worden op allerlei soorten weggebruikers.

Heb je al een idee? Laat je niet misleiden: het ligt minder voor de hand dan je denkt.

De uitkomst

Wie krijgt hier voorrang, de auto of de paard-en-wagen die van rechts komt? Het verrassende antwoord: de paard-en-wagen. Echt waar. Ook al domineren auto’s tegenwoordig het straatbeeld, de verkeersregels gelden onverkort voor iedereen die een voertuig bestuurt — dus ook voor iemand met een paard en wagen.

De kern zit in wat de wet onder “bestuurder” verstaat. Dat is niet alleen iemand in een auto, op een motor of op een fiets, maar ook degene die een paard en wagen leidt. Bij voorrang maakt het type voertuig geen verschil; de basisregel verkeer van rechts gaat voor blijft leidend.

Waarom heeft de paard-en-wagen dan voorrang? Omdat hij van rechts komt. Volgens de algemene voorrangsregel gaat verkeer van rechts voor, ongeacht of het om een auto, fiets of paard-en-wagen gaat. Die duidelijkheid zorgt voor voorspelbaarheid en daarmee voor veiligheid voor iedereen.

Dit voorbeeld onderstreept hoe belangrijk het is om de verkeersregels te kennen en alle weggebruikers te respecteren, of ze nu snel of langzaam zijn, modern of traditioneel. Kom je bij een T-splitsing en zie je rechts een paard en wagen naderen, dan weet je wat je te doen staat.