De 23-jarige Johan vindt dat zijn generatie er wel klaar mee is. Terwijl ouderen mopperen over pensioenregels, QR-codes en het jachtige tempo van de maatschappij, kijk je om je heen en zie je vooral één ding: ongelijkheid. ‘Ze doen alsof ze het zo zwaar hebben, maar als je eerlijk naar de werkelijkheid kijkt, zie je wat anders.’
Johan is afgestudeerd, werkt fulltime en zit nog steeds in een piepklein kamertje. ‘Ik tik elke maand een idioot bedrag af aan huur voor iets waar je vroeger je bezem niet eens had neergezet. Kopen kan ik wel vergeten. Iets opzijzetten lukt amper. En dan hoor je ouderen zeggen dat zíj het zo moeilijk hebben.’
Een woning die vanzelf leek te komen
Veel ouderen hebben volgens Johan vooral mazzel gehad. ‘Ze konden een huis kopen toen dat nog normaal geprijsd was. Voor een bedrag waarvoor je nu niet eens een parkeerplek krijgt. En datzelfde huis is inmiddels tonnen waard.’
Hij klinkt niet boos, maar wel gefrustreerd. ‘Het is geen aanval, wel de werkelijkheid. Zij profiteren van enorme overwaarde. Wij hebben niks: geen eigen plek, geen buffer, geen zekerheid.’
Ouderen hebben vaak een afgelost huis, wat spaargeld en een pensioen in het vooruitzicht, zegt hij, terwijl zijn generatie van salarisstrook naar salarisstrook leeft. ‘Gaat de wasmachine stuk, dan is dat voor ons al meteen crisis.’
Altijd dat gemopper
Wat hem vooral irriteert, is het constante gezeur. ‘Dan is het: vroeger was alles beter, of ze hebben het zo zwaar gehad. Intussen wonen ze ruim met een tuin, rijden ze auto en gaan ze meerdere keren per jaar op vakantie.’
Hij snapt best dat niet elke oudere welvarend is, maar volgens hem klopt het grotere plaatje niet. ‘De groep die écht niets heeft onder ouderen is klein. De groep jongeren die met lege handen staat is gigantisch.’
Volgens Johan worden jongeren telkens neergezet als lui of verwend. ‘We zouden alleen maar koffie slurpen, te weinig werken en te hoge eisen stellen. De waarheid is dat het systeem gewoon op slot zit.’

Geen startkans, geen toekomstperspectief
Voor Johan voelt een eigen huis als een sprookje. ‘Je hebt tegenwoordig twee inkomens nodig, perfecte contracten en óók nog een zak geld. Waar moeten wij dat vandaan halen?’
Het gaat hem niet alleen om geld, maar om uitzicht. ‘Je kunt nergens naartoe werken. Alles is tijdelijk. Huren is duur. Sparen schiet niet op. Ondertussen blijven de prijzen gewoon doorstijgen.’
Tijd om eerlijk te zijn
Johan wil geen strijd tussen generaties, hij wil erkenning. ‘Zeg gewoon dat ouderen het in Nederland relatief goed getroffen hebben. Ze zaten op het juiste moment op de juiste plek.’
Volgens hem moet dát gesprek de basis zijn voor verandering. ‘Doe niet alsof iedereen met dezelfde kansen begint. Dat klopt simpelweg niet.’
Met een zucht rondt hij af. ‘Zij hebben een huis en spaargeld. Wij zitten met studieschuld, hoge huur en onzekerheid. En toch heet het dat wij zeuren. Dat voelt gewoon scheef.’



