Stop met bestellen bij shein: dit zijn de risico’s en betere alternatieven

Een jurkje onder de tien euro, een T-shirt voor een paar piek en accessoires die soms niet meer kosten dan een kop koffie. Als je weleens op Shein rondsnuffelt, vraag je je al snel af hoe kleding zó spotgoedkoop kan zijn.

Klinkt verleidelijk, zeker nu alles duurder wordt. Toch wijzen critici op de schaduwkant van die prijskaartjes. Achter het succes van Shein zit een systeem dat draait op gigantische aantallen nieuwe items, razendsnelle productie en kosten die zo laag mogelijk worden gehouden.

Precies daar begint de discussie.

Waarom is Shein zo voordelig geprijsd?

Shein startte in 2008 en groeide in korte tijd uit tot een wereldwijd online modeplatform. Het verkoopt kleding, schoenen, tassen en sieraden en trekt vooral jonge shoppers met extreem lage prijzen en continu nieuwe drops.

Shein wordt vaak niet alleen fast fashion genoemd, maar zelfs ultra fast fashion.

Waar traditionele merken een paar keer per jaar een collectie lanceren, draait dit model om tempo. Trends worden bliksemsnel gespot en binnen no time staan er nieuwe producten online.

Blijkt iets een hit? Dan wordt er snel bijgemaakt. Loopt een artikel niet? Dan schuift Shein net zo snel door naar het volgende.

Die lage prijs heeft een achterkant

Een shirt voor een paar euro klinkt top. Maar elk kledingstuk moet worden ontworpen, geproduceerd, ingepakt en uiteindelijk bij jou thuis bezorgd.

Dan rijst vanzelf de vraag: hoe valt er nog winst te maken op zulke bedragen?

Een groot deel zit ’m in zo goedkoop mogelijk produceren. Het werk wordt uitbesteed aan locaties waar tegen zeer lage kosten kan worden gemaakt.

Daarbij klinkt al jaren kritiek op de omstandigheden in de keten. In onderzoeken en documentaires doken onder meer aantijgingen op over extreem lange werkdagen, lage lonen en hoge werkdruk.

Dan voelt dat spotgoedkope jurkje opeens heel anders.

Goedkope stoffen drukken de prijs

Ook materiaalkeuze telt mee. Natuurlijke vezels zoals wol en katoen zijn relatief prijzig. Synthetische varianten zoals polyester en nylon kun je goedkoper maken.

Dat houdt de verkoopprijs laag, maar levert tegelijk kritiek op vanuit milieuoogpunt.

Synthetische kleding komt grotendeels voort uit de petrochemische industrie. En bij het wassen kunnen microplastics vrijkomen.

Combineer dat met de enorme hoeveelheden kleding die wereldwijd worden geproduceerd en weer weggegooid, en je snapt waarom fast fashion zo vaak ter discussie staat in het milieudebat.

Elke dag weer nieuwe items

Misschien wel de kern van Sheins succes is de snelheid waarmee het aanbod wisselt.

Het platform is zo ingericht dat je continu nieuwe producten ziet. Wat je vandaag bekijkt, kan morgen weg zijn of vervangen door talloze varianten.

Volgens aangeleverde cijfers blijft maar 6 procent van de artikelen langer dan 90 dagen op voorraad.

Dat creëert FOMO: nu kopen, anders is het straks misschien weg.

Eerst klein testen, dan opschalen

Er zit ook een slimme kant aan het model. Shein hoeft niet meteen honderdduizenden stuks van elk nieuw item te laten maken.

Eerst worden kleine oplages online gezet. Op basis van klik- en koopgedrag wordt bepaald wat er wordt doorgeproduceerd.

Zo verklein je de kans dat enorme voorraden van één item blijven liggen.

Maar de keerzijde: hierdoor kan het platform non-stop nieuwe producten testen en je prikkelen om nog een extraatje aan je mandje toe te voegen.

Een shirtje van €4 voelt als een kleinigheid. Doe dat tien keer en je hebt alsnog een flinke order.

Geen dure winkelstraten

Nog een reden dat Shein goedkoop is: het verkoopt vooral online.

Geen uitgebreid netwerk aan fysieke winkels betekent minder kosten voor panden en alles daaromheen.

Ook probeert het merk het aantal schakels tussen fabriek en klant klein te houden. Hoe minder partijen ertussen zitten die moeten meeverdienen, hoe lager de uiteindelijke prijs kan blijven.

Er is dus niet één magische truc waardoor Shein zo goedkoop is. Het is een mix van productie, materiaalkeuzes, schaal, technologie en een volledig online gedreven aanpak.

Hebben we echt zóveel kleding nodig?

Daarmee komen we bij misschien wel de kernvraag.

Volgens critici zit het probleem bij ultra fast fashion niet alleen in hoe kleding wordt gemaakt, maar ook in hoeveel we ervan in huis halen.

Kost een blouse €60, dan denk je waarschijnlijk twee keer na. Kost een vergelijkbare blouse €6, dan voelt het bijna alsof je ’m gewoon even kunt uitproberen.

Staat hij toch niet helemaal leuk? Ach, voor dat bedrag…

En een paar dagen later staat er alweer wat nieuws online.

Zo verschuift kleding van iets dat jaren mee kan naar iets dat we bijna als wegwerpartikel behandelen.

De echte kosten staan niet altijd op het label

Dat betekent niet dat iedereen die bij Shein shopt bewust kiest voor slechte werkomstandigheden of milieuschade. Betaalbare kleding is voor veel mensen belangrijk, en precies die lage prijzen maken het platform aantrekkelijk.

Toch is het goed om jezelf af te vragen waarom iets zo goedkoop is.

Als je voor een paar euro een compleet kledingstuk bestelt dat aan de andere kant van de wereld is gemaakt, ingepakt en naar Europa is verstuurd, dan is die lage prijs ergens in de keten mogelijk gemaakt.

Critici wijzen daarbij op lage productiekosten, arbeidsvoorwaarden, materiaalkeuzes en milieubelasting.

Dus: nooit meer Shein?

Uiteindelijk kies je zelf waar je je kleding vandaan haalt. Maar het kan geen kwaad om verder te kijken dan alleen het bedrag naast de bestelknop.

Een goedkoop item dat je één keer draagt en daarna wegdoet, is per saldo misschien helemaal niet zo voordelig.

Een iets duurder stuk dat je jarenlang aantrekt, kan per draagbeurt juist goedkoper uitpakken.

Misschien is de belangrijkste vraag, als je voor €100 een enorme stapel in je winkelmandje hebt liggen, niet: “Hoe kan dit voor zo weinig worden verkocht?”

Maar:

“Wie of wat legt uiteindelijk bij voor dat prijsverschil?”