Hans (82) voelt zich een vreemde in eigen land: zo veranderde Nederland volgens hem

Hans is 82 en woont al zijn hele leven in Rotterdam. In zijn ogen is Nederland veranderd van een land waar je elkaar nog op straat groette naar een samenleving waarin iedereen vooral met z’n eigen ding bezig is.

En dat maakt hem allerminst blij.

De verzonnen Rotterdammer verlangt naar het Nederland van toen. Niet omdat vroeger alles rozengeur en maneschijn was, maar omdat hij het gevoel heeft dat er iets wezenlijks is verdwenen.

‘Ik ben 82 en laat me je één ding zeggen: Nederland is er wat mij betreft niet gezelliger op geworden. Soms herken ik mijn eigen stad amper nog.’

Hans maakt zich druk over de grote verschuivingen om hem heen: de politiek, immigratie, het tekort aan woningen en hoe mensen tegenwoordig met elkaar omgaan.

Wat hem misschien nog wel het meest steekt: hij heeft het idee dat er nauwelijks nog naar mensen zoals hij geluisterd wordt.

‘Het Rotterdam uit mijn herinnering bestaat bijna niet meer’

Hans is opgegroeid in Rotterdam, de stad die na de oorlog weer helemaal moest worden opgebouwd.

Hij denkt terug aan een tijd waarin je, naar zijn idee, veel meer contact had met je buren.

Kinderen speelden op straat, je maakte een praatje met de mensen in de buurt en je wist wie er in je straat woonde.

Nu ervaart hij dat totaal anders.

‘Als ik door sommige wijken loop, herken ik haast niks meer. De winkels zijn anders, de mensen zijn anders en het hele straatbeeld is omgegooid.’

Volgens Hans heeft de instroom van mensen van buiten de stad in de afgelopen decennia Rotterdam flink veranderd.

Hij vindt het lastig dat buurten waar hij vroeger vaak kwam nog maar weinig lijken op de plekken uit zijn jeugd.

‘Ik heb niks tegen iemand die ergens anders vandaan komt. Maar ik mag toch zeggen dat ik mijn eigen Rotterdam mis?’

Rotterdam is altijd al een internationale havenstad geweest. Migratie heeft de stad economisch en cultureel mede gevormd. Toch voelt de snelheid waarmee zijn vertrouwde omgeving veranderde voor Hans als een verlies.

Het gaat hem niet alleen om wie er wonen, maar vooral om het verdwijnen van herkenbare plekken, gewoontes en contacten.

‘Vroeger kende je iedereen, nu lijkt niemand elkaar nog te kennen’

Wat Hans misschien nog wel het meest mist, is het gevoel van samen.

Hij herinnert zich dat buren vroeger zo binnenliepen voor een kop koffie.

Werd iemand ziek, dan bracht je eten langs. Had een oudere buurvrouw hulp nodig, dan stond er altijd wel iemand paraat.

Die vanzelfsprekendheid lijkt volgens hem weg.

‘Je hoefde vroeger niet eens om hulp te vragen. Mensen zagen gewoon dat je wat steun kon gebruiken.’

Tegenwoordig ziet hij buren die elkaar amper spreken.

’s Ochtends naar het werk, ’s avonds thuis en de deur weer dicht.

‘Je kunt jaren naast iemand wonen zonder te weten hoe die heet. Dat vind ik echt triest.’

Hans weet dat er nog altijd buurten zijn waar mensen naar elkaar omkijken.

Maar in zijn eigen straat mist hij het wij-gevoel dat hij van vroeger kent.

‘Iedereen staart alleen nog maar naar z’n telefoon’

Iets anders waar Hans zich groen en geel aan ergert, is het telefoongebruik.

Als hij in de tram zit, ziet hij bijna niemand nog met elkaar praten.

Jongeren turen naar hun scherm, volwassenen scrollen door social media en zelfs in restaurants lijken mensen weinig aandacht te hebben voor hun tafelgenoten.

‘Vroeger maakte je een praatje bij de bushalte. Nu kijken mensen je raar aan als je iets zegt.’

Hans snapt heus wel dat smartphones handig zijn.

Maar hij vindt ook dat er iets mee verloren is gegaan.

‘We kunnen met de hele wereld appen, maar met de persoon naast ons praten lukt blijkbaar niet meer.’

Vooral het gebrek aan echt contact vindt hij lastig.

Hij mist de spontane kletspraatjes, de geintjes op straat en het idee dat je tijd voor elkaar had.

‘De politiek is de gewone Nederlander uit het oog verloren’

Ook over de politiek is Hans behoorlijk kritisch.

Volgens hem staan politici steeds verder af van het dagelijks leven van gewone mensen.

Hij ziet ministers en Kamerleden debatteren over grote plannen, terwijl jij je misschien zorgen maakt over boodschappen, energie en zorgkosten.

‘Ze praten eindeloos over van alles, maar weten ze nog wat een pak koffie kost?’

Hans heeft het gevoel dat de stem van ouderen niet voldoende doorkomt.

Hij vindt dat er te veel aandacht is voor ruzies en spelletjes, en te weinig voor praktische oplossingen.

Voor hem draait het om simpele vragen.

Kun je je huur betalen? Is er goede zorg beschikbaar? Kunnen jongeren nog aan een huis komen? En voel je je veilig in je eigen wijk?

‘Dáár zou het over moeten gaan. Niet over wie er weer ruzie maakte in Den Haag.’

‘Mijn kleinkinderen komen niet eens aan een eigen huis toe’

De woningcrisis houdt Hans ook bezig.

Hij heeft zelf jarenlang gewerkt en kon in zijn jonge jaren iets opbouwen.

Maar als hij ziet hoe het nu voor veel jongeren is, maakt hij zich zorgen.

‘Onze generatie had het ook niet altijd breed. Maar je kon tenminste ergens beginnen.’

Hij ziet jongeren soms jarenlang wachten op een sociale huurwoning.

Een koopwoning is voor starters vaak onbetaalbaar en in de vrije sector zijn de huren hoog.

Hans vraagt zich af hoe zijn kleinkinderen ooit dezelfde basis moeten opbouwen die hij kende.

‘Ze werken keihard en toch kunnen ze nergens terecht. Hoe moet dat verder?’

Volgens hem moet de overheid veel meer inzetten op betaalbare woningen voor jonge mensen.

‘Ouderen moeten alles via internet regelen’

Digitalisering is voor Hans ook een bron van frustratie.

Steeds meer banken, bedrijven en overheidsinstanties verwachten dat je alles online afhandelt.

Een afspraak maken, formulieren invullen, rekeningen checken: het gaat vaak via een site of app.

Voor iemand die zonder computers is opgegroeid, is dat niet vanzelfsprekend.

‘Vroeger liep je gewoon ergens binnen en hielp iemand je. Nu moet je eerst een account, een wachtwoord en een code regelen.’

Het stoort Hans dat echt menselijk contact steeds minder standaard is.

‘Ik wil gewoon iemand spreken. Is dat nou zo raar?’

Hij snapt dat digitaal voor veel mensen lekker snel is.

Maar volgens hem moet er altijd een alternatief blijven voor ouderen die moeite hebben met computers en smartphones.

‘Alles wordt duurder en toch lijkt niemand zich er druk om te maken’

Ook de stijgende kosten van het dagelijks leven vallen Hans zwaar.

Hij ziet dat boodschappen, energie en andere vaste lasten een steeds groter deel van je budget opslokken.

Vooral voor mensen met een klein pensioen of weinig spaargeld is dat pittig.

‘Je werkt je hele leven, betaalt netjes belasting en hoopt op je oude dag een beetje rustig te kunnen leven.’

Hij vindt het pijnlijk dat sommige ouderen nu moeten nadenken over uitgaven die vroeger vanzelfsprekend waren.

Een kop koffie op een terras, een dagje weg of een cadeautje voor de kleinkinderen.

Het zijn geen grote luxe-aankopen, maar juist de kleine dingen die het leven leuk maken.

‘Over alles lijkt ruzie te ontstaan’

Hans ergert zich ook aan de harde toon in het maatschappelijk debat.

Volgens hem is bijna elk onderwerp tegenwoordig aanleiding voor een felle woordenwisseling.

Of het nou over politiek, migratie, klimaat of tradities gaat: mensen staan razendsnel lijnrecht tegenover elkaar.

‘Je kunt bijna niks meer zeggen of iemand is beledigd.’

Hij mist de tijd waarin je volgens zijn herinnering best van mening kon verschillen zonder meteen bonje te krijgen.

Tegelijk weet hij dat er vroeger óók conflicten waren.

Maar door de constante discussies op tv en sociale media voelt het voor hem alsof de tegenstellingen overal opduiken.

‘We zijn allemaal Nederlanders. Kunnen we niet gewoon een beetje normaal met elkaar doen?’

‘Niet alles was vroeger beter, maar sommige dingen zeker wel’

Hans beseft dat zijn jeugd niet alleen rooskleurig was.

Er was minder welvaart, de zorg was minder ver en niet iedereen had dezelfde vrijheid of kansen.

Ook uitsluiting en discriminatie kwamen voor.

Toch vindt hij dat bepaalde dingen toen beter liepen.

Vooral het persoonlijke contact, de betrokkenheid bij de buurt en het idee dat je samen verantwoordelijk was voor je omgeving.

‘Ik hoef niet terug naar de tijd zonder moderne ziekenhuizen of voorzieningen. Maar weer een beetje naar elkaar omkijken zou prachtig zijn.’

‘Ik ben dankbaar dat ik mijn jeugd in een ander Nederland heb gehad’

Als Hans terugkijkt op zijn leven, overheerst dankbaarheid.

Hij heeft een gezin opgebouwd, hard gewerkt en veel mooie jaren in Rotterdam meegemaakt.

Tegelijk maakt hij zich zorgen over wat er straks voor de volgende generaties overblijft.

Hij gunt zijn kleinkinderen een leven dat net zo prettig is als het zijne.

Met een betaalbaar huis, een veilige buurt en mensen op wie je kunt bouwen.

‘Ik mis het Nederland waar je elkaar kende, elkaar hielp en een praatje maakte zonder dat iedereen op een scherm zat te turen.’

Zijn verhaal raakt aan een vraag die waarschijnlijk bij meer Nederlanders leeft.

Is Nederland echt minder prettig geworden, of kijken we vooral met een warme bril terug op een tijd waarin ons eigen leven eenvoudiger was?

Voor Hans is één ding helder: hij hoopt dat er weer meer aandacht komt voor samenhang, betaalbaarheid en menselijk contact.

Wat denk jij? Was Nederland vroeger gezelliger, of gaan we juist de goede kant op?