Je vist de was uit de trommel en rekent op die lekkere frisse geur. In plaats daarvan hangt er een muffe walm aan je lievelingsshirt. De handdoeken ruiken vreemd en je beddengoed doet meer denken aan een klamme hond dan aan vers wasmiddel.
Hoe kan dat in vredesnaam? Je hebt het toch gewoon pas nog gedraaid?
Bij een stinkende was vermoeden veel mensen meteen een defecte machine. Vaak speelt er echter iets totaal anders. De oorzaak schuilt meestal ergens binnenin het apparaat.
Blinkend van buiten, smerig van binnen
Op het oog lijkt een wasmachine vaak keurig: de trommel glimt en na elk wasje spoelt er helder water doorheen.
Maar op verborgen plekjes blijven alsnog resten hangen.
Zoals huidschilfers, haren, huidvet, sopresten en ander vuil dat tijdens het wassen loskomt.
Bij elkaar klontert dat tot een plakkerige aanslag die vaak vetluis wordt genoemd.
En nee, ondanks die naam leven er geen echte luizen in je wasmachine.
Wat vetluis precies is
Het is een vettige, zeperige vervuiling die zich in je machine kan ophopen.
Zeker als je veel op lage temperaturen wast, bouwt het sneller op. Tegenwoordig draaien we immers massaal op 30 of 40 graden.
Dat is voor de meeste kleding prima en lekker zuinig, maar je apparaat krijgt daardoor zelden nog echt hete wasbeurten.
Tel er restjes vloeibaar wasmiddel, verzachter, huidvet en vuil bij op, en na verloop van tijd ontstaat er een behoorlijk onfrisse laag.
En dáár komt die rare lucht vandaan
Het lastige is dat je het vaak pas doorhebt zodra je was begint te ruiken.
Je opent de machine en denkt dat alles fris is. Maar zodra je aan een handdoek of shirt snuffelt, valt die typische muffe lucht op.
Sommigen vergelijken het zelfs met de walm van een natte hond.
En dan doen veel mensen precies wat het erger maakt: nóg meer wasmiddel en extra wasverzachter gebruiken.
Maar extra is lang niet altijd beter.
Te veel wasmiddel werkt juist averechts
Een flinke dop voelt alsof je was extra schoon wordt, maar als je structureel overdoseert, blijven er juist meer resten achter.
Dat geldt ook voor wasverzachter.
Check dus de aanbevolen dosering en stem die af op de hoeveelheid was en de hardheid van het water.
Een propvolle dop is zelden nodig.
Gun je wasmachine regelmatig een heet programma
De makkelijke fix is je machine geregeld een onderhoudsbeurt geven.
Draai bijvoorbeeld eens per maand een heet programma. Gooi er wat oude handdoeken of theedoeken bij en laat ‘m loeiheet wassen.
Het idee is om de machine een keer goed op temperatuur te laten komen.
Sommigen gebruiken een speciale wasmachinereiniger. Een populaire huishoudtruc is een vaatwastablet in een lege trommel doen en daarna een heet programma draaien.
Check vooraf wel even de handleiding van je wasmachine, want fabrikanten adviseren verschillende onderhoudsmethodes.

Vergeet de rubberrand niet
Benieuwd waar veel troep zich verstopt? Trek de rubberen manchet rond de deur voorzichtig iets naar voren.
Vooral bij machines met een deur aan de voorkant blijft hier van alles achter.
Haar, pluis, zeepresten en soms zelfs kleine voorwerpen verzamelen zich in die rand. Omdat het er vochtig blijft, ontstaat er na een tijdje een flinke muffe geur.
Veeg de rand daarom geregeld schoon met een vochtige doek en droog hem daarna goed.
Het wasmiddellaatje wordt ook snel smerig
Nog zo’n plek die vaak wordt vergeten: het bakje voor wasmiddel en wasverzachter.
Haal het er eens helemaal uit.
Grote kans dat je er na een tijdje zeepresten, aanslag en donkere vlekjes aantreft.
Spoel het bakje regelmatig schoon met warm water en gebruik eventueel een oude tandenborstel voor de lastig bereikbare hoekjes.
Zet na het wassen de deur op een kier
En dit is misschien wel de simpelste gewoonte.
Klap de deur niet meteen dicht zodra je de was eruit hebt gehaald.
De binnenkant is dan nog vochtig. Doe je de deur dicht, dan blijft dat vocht opgesloten.
Laat de deur daarom even op een kier zodat de trommel kan drogen. Zet ook het wasmiddellaatje een stukje open.
Het kost je echt maar een paar seconden.
Laat nat wasgoed niet urenlang liggen
Soms ligt het trouwens helemaal niet aan de machine.
Je zet ’s avonds een was aan, vergeet ‘m, en de volgende ochtend ligt de natte lading nog steeds opgesloten in de trommel.
Dat is dé manier om een muffe geur te kweken.
Haal natte was daarom zo snel mogelijk uit de machine en hang het op of doe het in de droger.
Bel dus niet gelijk de monteur
Gelukkig betekent stinkende was niet meteen dat je wasmachine kapot is.
Begin eerst met de simpele dingen: maak het filter en de rubberrand schoon, reinig het zeepbakje, doseer zuinig en draai geregeld een hete onderhoudswas.
En misschien wel de makkelijkste tip: laat de deur na het wassen even openstaan.
Want als je kleren net uit de machine komen, wil je natuurlijk maar één geur ruiken:
zalig fris en schoon wasgoed.



